Historische lokatie

Refugiehuis Sint Geertruid - Vidarte

Refugiehuis van Sint Geertruid – Het huis van Vidarte.

Aan de rand van hartje ‘s-Hertogenbosch, aan de Dommel met uitzicht op het natuurgebied Het Bossche Broek huist ons kantoor en opleidingscentrum  in een bekend historisch pand. het oude Refugiehuis van Sint Geertruid.

Het op de hoek van de Spinhuiswal en de Sint-Jorisstraat gelegen pand is het voormalige refugiehuis van de abdij Sint-Geertrui te Leuven. Gebouwd door abt Petrus Was. Een refugiehuis was een plaats waar kloosterlingen van buiten ’s-Hertogenbosch in roerige tijden een veilig toevluchtsoord hadden. Het nu nog aan de Spinhuiswal gelegen huis dateert van het begin van de 16e eeuw. Aangezien een buitenlandse abdij eigenaar was, kon ze haar bezit dus ongestoord behouden. In 1767 verkocht de abdij het complex.

refugie

Bijdragen van Henny Molhuysen en Ed Hupkens, afkomstig uit de Bossche Encyclopedie. Foto’s afkomstig van Erfgoed ’s Hertogenbosch.

Geschiedenis

In 1994 schreef Henny Molhuysen het volgende verslag voor het Brabants Dagblad van 8 december. Bron: Bossche Encyclopedie

Uit het begin van de zestiende eeuw dateert dit monument. Het werd gebouwd in opdracht van Petrus Was van de Abdij Sint-Geertruy uit Leuven. Het diende om in de roerige tijden onderdak te kunnen verschaffen aan de kloosterlingen van de abdij. Bijvoorbeeld als de gelderse legeraanvoerder Maarten van Rossum het Brabantse platteland onveilig maakte. Zo kenden méér kloosters van dergelijke refugiehuizen in onze stad.

Na 1629 moesten vele kloosterlingen de stad verlaten en werd hun bezit dus geconfisceerd. Dat gebeurde niet met dit refugiehuis, omdat de stad Leuven inmiddels in ‘het buitenland’ lag en niet tot de Republiek behoorde. Pas anderhalve eeuw later, op 11 augustus 1767, verkocht de abdij hun eigendom aan mr. Hendrik Albert van Adrichem en aan Gerard van Luynen. Het was toen kennelijk in tweeën verdeeld, want het werd omschreven als ‘huys, hof en stal en open plaats’ en het ernaast gelegen ‘huys en erve’. Dit laatste brandde in 1794, tijdens het beleg door de Fransen, na een bombardement af. Daarom werd het bij de verkoop drie jaar later omschreven als ‘een romp van een huis met zijn erf, zijnde in den jare 1794 grotendeel afgebrand’.

Lutkie en Cranenburg

In de negentiende eeuw waren in het voormalige refugiehuis en het ernaast gelegen pand het kantoor en de magazijnen van de firma Lutkie en Cranenburg gevestigd. Ernaast lag de drukkerij. Het was een ‘fabriek van gekleurd, gemarmerd, gebloemd en geglansd papier’. Er werden later speelkaarten vervaardigd, opbergmappen, kantoorportefeuilles, agenda’s en albums. Hun papier was zeer bekend en behaalde prijzen op landelijke tentoonstellingen van nijverheid. Het was trouwens de enige fabriek in ons land die dit produkt maakte! De drukkerij werd afgebroken bij de aanleg van de Prins Bernhardstraat en de doorbraak naar de wal.

Het refugiehuis werd gerestaureerd en er kwam een afdeling van het ministerie van Justitie in (omdat het paleis van justitie in 1944 was verbrand). Het voormalige refugiehuis kwam hierna in eigendom van de gemeente. Echter op voorwaarde dat het stadsarchief in het pand zou worden ondergebracht. Dit werd door de gemeenteraad toegezegd, maar ‘tijdelijk’ zou de zojuist opgerichte Sociale Dienst er onderdak krijgen. Toen deze vertrok naar nieuwbouw aan de Kruisstraat kreeg De Artistieke Schuit huisvesting in het zestiende eeuwse monument. Vele amateur-schilders en -beeldhouwers beoefenden er onder deskundige leiding jarenlang hun hobby. Tot zij op hun beurt vertrokken naar het Jeroen Boschhuis, om er samen met de muziekschool huisvesting te vinden.

Het refugiehuis van Sint Geertrui kreeg andere gebruikers. De Open Universiteit werd de nieuwe huurder. Daarmee heeft ‘s-Hertogenbosch toch een echte universiteit binnen haar gemeentegrenzen!
Refugiehuis
Refugiehuis 1934 - In toestand voor de restauratie gezien van de zijde van de Spinhuiswal
Refugiehuis 1941 - ridderzaal

Schreef Ed Hupkens voor Stadsblad – 6 september 2017. Bron: Bossche Encyclopedie

Historiserend

Het gebouw ziet er met zijn trapgevels, traptoren en natuurstenen kruiskozijnen weliswaar als een kompleet 16de-eeuws huis uit, maar de restauratie uit de beginjaren veertig van de vorige eeuw is nogal historiserend uitgevoerd. Het is bekend dat het gebouw tijdens de belegeringen door de Fransen in 1794 in brand is geschoten. De bronnen spreken elkaar echter enigszins tegen. Een natuurstenen gevelsteen met het wapen van de abt van Sint Geertrui, die ter plaatse van de Spinhuiswal in 1871 werd gevonden, doet vermoeden dat het gebouw wel grotendeels verwoest is.

Een onderzoek in het pand door bouwhistoricus Ad van Drunen (1994) biedt uitkomst. De 16de-eeuwse balklagen, de spiltrap en de kapconstructie hebben de brand zonder zichtbare schade doorstaan. In de zijgevel van het refugiehuis zijn enkele kanonskogels afkomstig van de belegeringen uit het begin van de 17e eeuw te zien. Dit is overgebleven van toen de Zuidwal hevig onder vuur heeft gelegen. Het mag een wonder heten dat dit zo kwetsbaar gesitueerde gebouw alle oorlogstijden heeft weten te doorstaan.

Restauratie

Bij de restauratie in de jaren 1937-1941 zijn de gevels met de kruiskozijnen, luiken, ontlastingsbogen en natuurstenen waterlijsten ingrijpend, maar met veel zorg verbouwd. De inwendige constructies en de oude kelder zijn grotendeels behouden. De oude bouwelementen zijn stilistisch te dateren omstreeks 1500. Het wapen behoort aan Petrus Was, die in 1527 tot abt werd gekozen en dit tot zijn dood in 1553 bleef. Het refugiehuis kan niet veel later dan 1527 gebouwd zijn. Tegen de zuidgevel staat een veelhoekige traptoren. De oude trap was oorspronkelijk ca. 2 m hoger, hetgeen uit de nog aanwezige inkepingen is af te leiden. Mogelijk gaf de hogere trap toegang tot een ander gedeelte van het refugiehuis, dat later verdwenen is. Sinds januari 1989 is het voormalige refugiehuis een rijksmonument.

X